afri - kasa - fari
  team start afrika
2006-2008
foto's
2009-2010
afrika
2011-2012
email gastenboek links

het meest recente verslag staat onderaan

28 nov 2006

nederland


verslag 01
15 dec 2006

marokko I


verslag 02
25 dec 2006

marokko II


verslag 03
04 jan 2007

mauretanië


verslag 04
04 jan 2007

senegal


verslag 05
09 jan 2007

gambia


verslag 06
14 jan 2007

senegal II


verslag 07
16 jan 2007

guinee bissau


verslag 08
25 jan 2007

guinee


verslag 09
05 feb 2007

mali


verslag 10
10 feb 2007

burkina faso


verslag 11
13 feb 2007

benin


verslag 12
19 feb 2007

nigeria


verslag 13
20 mrt 2007

kameroen


verslag 14
03 apr 2007

gabon


verslag 15
10 apr 2007

congo


verslag 16
22 apr 2007

congo drc


verslag 17
01 mei 2007

angola


verslag 18
17 mei 2007

namibië I


verslag 19
19 sep 2007

namibië II


verslag 20
29 sep 2007

zambia


verslag 21
10 okt 2007

zimbabwe


verslag 22
22 okt 2007

botswana


verslag 23
28 okt 2007

namibië III


verslag 24
25 nov 2007

zuid afrika I


verslag 25
28 nov 2007

swaziland


verslag 26
02 dec 2007

zuid afrika II


verslag 27
22 dec 2007

mozambique


verslag 28
07 jan 2008

malawi


verslag 29
28 jan 2008

tanzania I


verslag 30
25 feb 2008

tanzania II


verslag 31
08 mrt 2008

kenia I


verslag 32
29 mrt 2008

oeganda


verslag 33
11 apr 2008

kenia II


verslag 34
05 mei 2008

ethiopië


verslag 35
22 mei 2008

soedan


verslag 36
20 jun 2008

egypte


verslag 37
26 juni 2008

jordanië


verslag 38
02 juli 2008

syrië


verslag 39
17 juli 2008

turkije


verslag 40
29 juli 2008

europa


top

zambia


verslag 20

19 september 2007 t/m 29 september 2007

klik hier
 
Deze grens is weer echt een grens zoals we gewend zijn. Veel grote boeken invullen, allerlei onduidelijke belastingen betalen, veel zoeken en lang wachten. In Zambia zijn wij wel in het nadeel met een vrachtwagen want buitenlandse vrachtwagens moeten namelijk een flinke wegenbelasting betalen. Uiteraard is dit bedoeld voor alle grote zware vrachtwagens die transit van de Zuid Afrikaanse havensteden naar Congo DRC rijden maar ze willen ook graag dat wij met ons kleine 9-tons truckje hier aan meedoen. Uiteindelijk zeggen we dat we alleen maar naar Livingstone rijden en hoeven daarom maar één coupon van tien US dollars te kopen, zeg maar belasting voor 120km. Verder moesten we nog een flinke milieubelasting betalen, uiteraard onze visa, een WA-verzekering, een onduidelijke wegbelasting en een verplichte bijdrage aan de lokale community. Al met al één van de meest kostbare en bureaucratische grensovergangen tot nog toe. Na de grens rijden we de Zambezi over naar Sesheke, Zambia. Het straatbeeld is weer helemaal Afrikaans. Veel mensen, kinderen, geiten en kippen, overal kleine winkeltjes en marktjes, rommelige dorpjes, telefoonkaartverkopers, jengelende muziek, mais-stampende vrouwen, enz. Op de digitale kaart hadden we van tevoren gezien dat er een binnendoor track loopt naar het zuiden van Zambia naar het Nationale Park Kafue. We hebben nog steeds vertrouwen in deze kaarten en sturen vol goede moed na iets van vijftig kilometer goede asfaltweg linksaf een gravelpiste op. De eerste tien kilometer gaan nog voorspoedig maar dan verandert de weg steeds meer in een mulle zandbak. Zonder vierwielaandrijving is hier geen doorkomen aan. Gelukkig is het spoor wel vrij breed en kunnen we zonder veel moeite doorrijden. Aan het eind van de middag bereiken we Malabwe en volgen daarna een spoor naar het zuidwesten dat volgens onze kaart naar Kafue moet leiden. Het spoor wordt snel steeds smaller en onduidelijker en na iets van tien kilometer tussen bomen en struiken geploegd te hebben komen we bij een paar huizen aan en vragen naar de weg. Nee, deze weg bestaat niet meer, jullie moeten echt terug. Volgens deze mensen is er een andere weg vanaf Mulobezi. We rijden naar Mulobezi, een kilometer of dertig verder naar het noorden. Als we aankomen is het al bijna donker. We informeren mensen naar de weg maar niemand weet het. Eén iemand weet dat er een weg bestaat vanaf het volgende dorp. Hoe ver is dat dorp dan vragen we? Hij heeft geen idee maar weet wel dat het vijf uur lopen is. Net buiten het dorp parkeren we in een veldje naast het zandpad en brengen hier een rustige nacht door die alleen één keer verstoord wordt als er een met mensen volgeladen ossenkar langsrijdt. De nachtbus??
De volgende ochtend rijden we terug naar Mulobezi om opnieuw de weg te gaan zoeken. Mulobezi is waarschijnlijk ooit een welvarend stadje geweest met mooie huizen, scholen, winkels en een groot station maar daar is nu helemaal niets meer van over. We maken nog wat foto's van het verlaten spoorwegemplacement waar vandaan vroeger de stoomtreinen met hout richting Livingstone reden en vanaf daar waarschijnlijk verder naar Rhodesië en Zuid-Afrika. Er staan nog steeds diverse stoomlocomotieven, wagons, werkplaatsen, draaischijven, etc, alsof het van de één op de andere dag verlaten is.

klik hier

klik hier
 
Na wat verdere navraag weet iemand ons uiteindelijk de weg te vertellen. We moeten een pad langs de oude spoorlijn volgen en dan na een kilometer of twintig afbuigen naar het noorden. Na wat verplichte formele praatjes bij de politie (die ook geen idee hebben of er een weg is) en de schoolmeester (de weg loopt namelijk over het schoolterrein) kunnen we eindelijk verder.

klik hier

klik hier
 
De weg is hier nog redelijk maar als we later afgebogen zijn op de weg naar het noorden wordt het steeds smaller en ook lager. Gelukkig staat deze weg weer wel op onze kaart. We moeten heel wat struiken en boompjes opzij duwen en heel voorzichtig rijden. Op een gegeven moment zie ik één zware tak over het hoofd en reageer net iets te laat. Met een grote dreun rijden we tegen een zware overhangende tak die vervolgens het glas van één van de zonnepanelen verbrijzeld. Shit, die doet het niet meer. We plakken er tijdelijk wat Ducktape op en vervolgen de route. Als we bij het Nationaal Park Kafue aankomen, blijkt er hier geen gate te zijn. We rijden dus illegaal het park binnen. Kafue is in oppervlakte het grootste Nationale Park van Afrika, zeg maar zo groot als heel België. Het is ook één van de meest ontoegankelijke parken en in het zuidelijk deel waar we nu aangekomen zijn is het lastig om dieren te spotten. Door de overvloedige regens van vorig jaar is er overal nog genoeg water en zijn de dieren verspreid en dus moeilijker op te sporen. Door diezelfde regens en jarenlang geen onderhoud is het enige weggetje aan deze kant van het park ook een drama. Langzaam hobbelen we over dit karrespoor door het enorme park en zien eigenlijk nauwelijks dieren. We hebben ook weer aardig wat last van tsee-tsee vliegen maar die schijnen in Zambia niet de slaapziekte met zich mee te dragen. Behalve een pijnlijke beet krijg je er verder niets van. Net tegen de avond bereiken we de enige camping in het zuidelijke deel van het park, het Nanzhilla Restcamp. Het blijkt een privé kamp te zijn waar we hartelijk worden ontvangen door André en Laura. We zijn de enige gasten, het seizoen is hier bijna ten einde. Er wordt onmiddellijk een groot vuur aangestoken waarop water wordt opgewarmd voor een heerlijke emmerdouche. We barbecueën ons laatste kudu-steaks uit Namibië en met een paar ijskoude biertjes, flesjes limonade en een spelletje Carcasonne hebben we een gezellige avond.

klik hier
 
De volgende ochtend nemen we weer zo'n heerlijke openlucht emmerdouche en drinken nog een kop koffie bij de lodge. Het is een eenvoudige maar mooi opgezette lodge met een prachtig uitzicht over een kleine drassige grasvlakte waar veel dieren komen grazen en drinken. De dichtstbijzijnde winkel is hier zes uur rijden vandaan! Na de koffie rijden we verder naar het noorden en zien aardig wat wild zoals wrattenzwijnen, bushbokjes, waterbokjes, olifanten, etc. Ook zien we sporen van leeuwen maar we zien ze helaas niet. Langs het meer zien we vele visarenden, gieren, reigers, etc. Het is een lange en vermoeiende rit en omdat het al weer laat is moeten we halverwege het park, bij Ngoma eruit om een kampeerplaats te zoeken. Hier moeten we alsnog onze parkfees betalen maar wel maar voor één dag. Vlak bij Itechi Techi aan het grote stuwmeer vinden we met wat geluk een perfecte kampeerplaats. Het is een terrein van de Zambiase afdeling van het wereldnatuurfonds waar wat chaletjes en een clubgebouw opstaan. Er zijn echter nu geen gasten. Ik laat mijn VISA credit kaart zien waar een WWF-symbooltje op staat en we worden meteen hartelijk ontvangen. We krijgen van de bewaker de sleutel van één van de chaletjes waar we kunnen douchen en mogen op een mooi grasveldje onze auto parkeren. We hoeven niets te betalen maar uiteraard geven we wel wat. 's Avonds hebben we de eerste druppels regen sinds dat we in het noorden van Angola waren.

klik hier

klik hier
 
De volgende dag kopen we in Itechi Techi een paar broden en rijden via alweer een hele slechte weg verder naar het noorden. Jacobine heeft al een tijdje last van een stijve nek en het wordt er op deze weg niet beter op. Gelukkig bereiken we na een paar uur rijden de M9 van Lusaka naar Mongu, die met steun van Denemarken een paar jaar geleden van een mooie asfaltlaag is voorzien. Dan is het nog maar een klein uurtje rijden naar de Mukambi Safari Lodge aan de grens van het noordelijke deel van het Kafue NP. De lodge blijkt van een Nederlands stel te zijn dat hier al een paar jaar woont. Naast de bar liggen twee enorme wrattenzwijnen te slapen en er schijnt hier ook regelmatig een nijlpaard te liggen en een biertje te drinken!
We installeren ons op de eenvoudige camping met een prachtig uitzicht over de Kafue rivier. Bij de lodge zelf is een mooi klein zwembadje waar de kinderen meteen in duiken. We maken kennis met de eigenaresse Robin en Lara, hun jongste dochter. Ze hebben ook drie kinderen ongeveer in dezelfde leeftijd als de onze, echter de oudste twee zijn er momenteel niet omdat ze doordeweeks op een internaat in de hoofdstad Lusaka zitten. Robin vertelt ons over het leven in Zambia en hoe en waarom ze hier begonnen zijn. Er blijkt overigens ook afgelopen jaar een soort Nederlandse reality TV serie gemaakt te zijn over hun leven hier op de lodge. Dankzij deze serie komen er nu heel veel Nederlanders op bezoek.(van Amstelveen naar Afrika,RTL4)

klik hier

klik hier

klik hier
 
De volgende dagen doen we weer het nodige schoolwerk. Ondertussen lukt het mij om het zonnepaneel te repareren met siliconenkit en een stuk vensterglas dat ik van de lodge krijg. 's Middags gaan de kinderen steeds zwemmen en als de zon onder gaat drinken we een biertje op het terras met uitzicht over de Kafue-rivier. We zien regelmatig nijlpaarden, een enkele krokodil maar vooral heel veel vogels. Er komen regelmatig kleine aapjes op bezoek en aan de rivier komen af en toe bushbokjes en impala's drinken. 's Nachts hebben we een keer een kleine kudde olifanten op bezoek, maar we hebben niets gemerkt, alleen de sporen zijn duidelijk zichtbaar. Op de camping passeren allerlei interessante, aardige maar ook vreemde mensen. De vreemdste is toch wel een stel witte Zambianen die hier komen vissen en hun zwarte huispersoneel meenemen. Die maken hun tenten, auto's, boten en vissen schoon, bewaken hun kampement, koken hun eten, wassen hun kleren, etc.

klik hier

klik hier

klik hier
 
Op en dag gaan we het Kafue park in voor een gamedrive. Aan de zuidkant van de asfaltweg is geen gate dus kunnen we er zo in rijden. We zoeken de Shishamba rivier op en rijden langs de oever op zoek naar luipaarden en cheeta's. Die zien we helaas niet maar wel een enorme olifantenstier die het op ons voorzien heeft. Het lukt ons om voor hem langs te passeren en als hij in de aanval gaat rijden we zo snel als het gaat weg. We hebben al deuken genoeg in de bak. Verder zien we voor het eerst deze reis een bushpig en een paar prachtige papegaaien. Onderweg gaat het nog wat regenen, maar het is niet genoeg om de overal voorkomende bosbrandjes te blussen. Volgens de mensen hier is het overigens nog veel te vroeg in het jaar voor de regen.
Na vier nachten beginnen onze voorraden aardig op te raken en wordt het tijd om weer de bewoonde wereld op te zoeken. We nemen afscheid van iedereen en rijden nog even langs het schooltje van Lara hier en rijden naar Lusaka. Het is een flink stuk rijden maar wel over een prima weg. Bij het Manda Hill shopping-centre trekken we ons eerste Zambiase geld uit de muur en gaan bij de Shoprite een winkelwagen tot de rand vullen. Ook kopen we postkaarten, postzegels en softijs!! Het blijft tricky maar we zijn er niet ziek van geworden. Net voor het donker komen we aan bij de camping van Lusaka, Eureka genaamd. Als we aankomen, ziet Pieter meteen oude bekenden staan, Thomas, Claudia en Leon zijn hier met hun Hanomag! Net na oud en nieuw hebben we elkaar voor het laatst gezien in Senegal, dus we hebben elkaar wel wat te vertellen. Het is een gezellige avond met veel biertjes en een braai. Ze hebben het uiterste van de auto en zichzelf moeten vergen om Namibië te bereiken en hebben ook nog wat profijt gehad van informatie die wij hun gestuurd hebben over de te volgen route, visa's, etc. Ook nu is de Hanomag weer in de problemen, dit keer is het uitlaatspruitstuk gescheurd. Ze zijn nu hier in Lusaka op zoek naar werk en dat lijkt te gaan lukken.
Op deze camping zien we de zogenaamde overlandtrucks af en aan rijden. Met 'overland' wordt tegenwoordig bedoeld dat ze over land bijvoorbeeld van Zuid Afrika, via Namibië en Botswana naar Zambia rijden. De tijd dat de oude 4x4 MAN- en Bedford-truckjes met een huifje en houten bankjes met jonge Europeanen, Aussies en Kiwi's in een jaar van Europa naar Zuid-Afrika reden is definitief voorbij. Het zijn tegenwoordig moderne Mercedes- of Scania trucks, alleen achterwielaangedreven, met achterop een carrosserie van een bus, luxe stoelen, koelkasten en soms zelfs airco. Ze rijden van grote camping naar grote camping vanwaar de gasten in allerlei dagprogramma's worden gestopt met kleine auto's. Een andere verandering zijn de passagiers. Geen feestende hippies meer maar keurige oudere jongeren tot en met bejaarden die in drie of vier weken een paar duizend kilometer van park naar park door Afrika rijden. We horen ze praten over hun reispakketten en upgrades en klagen (terecht waarschijnlijk) over de volle programma's, lange reistijden en belabberde slaapplekken.
De tweede dag maken we kennis met Kai en Barbara uit Windhoek die met hun twee kinderen Batian en Lenana voor een jaar op reis zijn door Zuidelijk Afrika. Zij geven hun kinderen ook zelf les, vooral met behulp van de laptop. De kinderen willen graag met elkaar spelen en dus besluiten we nog maar een nachtje te blijven. Alle kinderen blijven op de camping en Jacobien en ik gaan de stad in om boodschappen te doen, te tanken en de kaarten te posten. Kai blijkt precies hetzelfde werk te doen als ik in Nederland dus hebben we elkaar heel wat te vertellen. We hebben wederom een heel gezellige middag en avond tot in de vroege uurtjes. Met kleine oogjes en wat moeite staan we de volgende morgen op. We krijgen heel veel tips over Mozambique en Zimbabwe waar zij net vandaan komen. Het is jammer dat we ieder in verschillende richtingen rijden anders hadden we nog best een paar dagen gezamenlijk op willen trekken. Maar Lusaka, vooral deze camping, hebben we nu echt wel gezien. We nemen afscheid van iedereen en vertrekken richting Zimbabwe.

klik hier

klik hier

klik hier
 
Het is een paar uur rijden naar Chirundu, de grensplaats aan de Zambezi. Bij de grens maken we ons laatste geld op aan brood en diesel want dat schijnt in Zimbabwe heel moeilijk verkrijgbaar te zijn. De Zambiase grens gaat verassend snel. Uiteindelijk hebben we bijna 1200km in Zambia gereden maar niemand heeft ooit meer naar de coupons voor de wegenbelasting gevraagd!
Zambia was alweer het 17e land dat we in Afrika bezocht hebben. We zijn er te kort geweest om een echt goed beeld van het land te krijgen. Wat ons vooral opviel waren de aardige rustige mensen, die ons werkelijk overal met rust lieten. Het land lijkt heel veel mogelijkheden te hebben en je ziet dat er ook best wel wat economische ontwikkelingen zijn. Met steun en investeringen van buiten af zal het ze best gaan lukken. Aan de mensen zal het in ieder geval niet liggen.
 
printversie

top