afri - kasa - fari
  team start afrika
2006-2008
foto's
2009-2010
afrika
2011-2012
email gastenboek links

het meest recente verslag staat onderaan

28 nov 2006

nederland


verslag 01
15 dec 2006

marokko I


verslag 02
25 dec 2006

marokko II


verslag 03
04 jan 2007

mauretanië


verslag 04
04 jan 2007

senegal


verslag 05
09 jan 2007

gambia


verslag 06
14 jan 2007

senegal II


verslag 07
16 jan 2007

guinee bissau


verslag 08
25 jan 2007

guinee


verslag 09
05 feb 2007

mali


verslag 10
10 feb 2007

burkina faso


verslag 11
13 feb 2007

benin


verslag 12
19 feb 2007

nigeria


verslag 13
20 mrt 2007

kameroen


verslag 14
03 apr 2007

gabon


verslag 15
10 apr 2007

congo


verslag 16
22 apr 2007

congo drc


verslag 17
01 mei 2007

angola


verslag 18
17 mei 2007

namibië I


verslag 19
19 sep 2007

namibië II


verslag 20
29 sep 2007

zambia


verslag 21
10 okt 2007

zimbabwe


verslag 22
22 okt 2007

botswana


verslag 23
28 okt 2007

namibië III


verslag 24
25 nov 2007

zuid afrika I


verslag 25
28 nov 2007

swaziland


verslag 26
02 dec 2007

zuid afrika II


verslag 27
22 dec 2007

mozambique


verslag 28
07 jan 2008

malawi


verslag 29
28 jan 2008

tanzania I


verslag 30
25 feb 2008

tanzania II


verslag 31
08 mrt 2008

kenia I


verslag 32
29 mrt 2008

oeganda


verslag 33
11 apr 2008

kenia II


verslag 34
05 mei 2008

ethiopië


verslag 35
22 mei 2008

soedan


verslag 36
20 jun 2008

egypte


verslag 37
26 juni 2008

jordanië


verslag 38
02 juli 2008

syrië


verslag 39
17 juli 2008

turkije


verslag 40
29 juli 2008

europa


top

kenia deel 1


verslag 31

25 februari 2008 t/m 8 maart 2008

klik hier
 
De grens gaat op zich gemakkelijk maar neemt toch weer meer tijd in beslag dan we verwacht hadden, het is al donker aan het worden als we Kenia binnen rijden. We hadden zoals gebruikelijk weer wat moeite met wegenbelasting betalen maar omdat we zeggen dat de situatie in Kenia zo onduidelijk is, betalen we voorlopig alleen maar het tarief tot Mombasa. Dat is maar tien dollar. We zien wel verder als we het land weer verlaten. Het is echt al bijna donker als we de vlakbij de grens gelegen camping/lodge van Hans van Loesch bij Mwazaro Beach oprijden. Vrienden van ons waren hier al eerder geweest en hadden gezegd dat het een leuke plek was. Er zijn momenteel helemaal geen gasten en drie Masai-wachters bewaken de boel.
We mogen wel naar binnen en parkeren, met de schijnwerpers aan, de auto ergens op het strand onder de palmbomen, dwars door een erg mul stukje zand. Als ik naar de verderop gelegen bar loop om een sleutel te vragen van het douchegebouwtje tref ik daar een totaal bezopen Hans aan, liggend op een bank naast de bar. Daar valt niet meer mee te praten, laat die douche maar. Als we een kwartiertje later teruglopen om een paar biertjes en soda's te kopen komen we Hans weer tegen, ondersteund door zijn drie mannen. Hij is waarschijnlijk toch op zoek gegaan naar die sleutel en is in het pikkedonker gestruikeld over een afstapje en met zijn gezicht op een stenen vloer gelazerd. Eén oog bloedt hevig en zijn neus ziet er slecht uit. Laat hem maar even een nachtje slapen. Zijn vier honden houden ons die avond en nacht gezelschap, ze liggen op korte afstand van ons in het zand, echt heel vriendelijke beesten.

klik hier

klik hier

klik hier
 
De volgende dag staan we vroeg op, het zonnetje schijnt, en er moet hoognodig weer wat school gedaan worden. Ondertussen doen we de was en rommelen wat aan. Tegen het eind van de middag komt Hans nog een uurtje langs. Hij ziet er nog steeds niet uit met dat oog, maar is wel nuchter en zal morgen naar een oogarts in Mombasa gaan. Het blijkt een vriendelijke, bejaarde maar nog zeer energieke man te zijn met een, zacht uitgedrukt, bewogen leven achter zich. Zelfs al is maar de helft waar van wat hij ons vertelde dan is het nog steeds heel ongelofelijk. Als je meer wilt weten, hij heeft pas een boek over een deel van zijn leven geschreven, dat volgens hem ook in het Nederlands vertaald gaat worden. En hij is nu bezig met een volgend boek. Mwazaro Beach is volgens Hans een magische plaats, er zijn een paar heilige plaatsen, waaronder een enorme baobab, waar medicijnmannen en 'witchdoctors' nog altijd hun ceremoniën uitvoeren.

klik hier

klik hier
 
De dag er na is het 27 februari: Stijn zijn verjaardag! Zijn tweede verjaardag deze reis, hij wordt al weer zeven. We hebben ballonnen tussen de palmbomen opgehangen en hebben een klein maar echt feestje die dag. Zingen, spelletjes, pannenkoeken, zwemmen, zandkastelen bouwen, frietjes, gehaktballetjes en chocolade-ijs! 's Middags bezoeken we nog even die grote heilige baobab die volgens Hans misschien wel de grootste is van Afrika. Hij is onderdaad enorm groot (14,72m omtrek, we hebben het gemeten) maar vergeleken bij de Chapmans Baobab in Botswana (25,22m) toch maar een kleintje. Deze is wel heel bijzonder omdat hij op een klein rotseilandje staat tussen de mangrove bossen en de vaste thuisplaats is van heilige ibissen. Hans spreken we overdag niet meer omdat hij naar Mombasa voor een lang slepende rechtzaak is voor een ernstig ongeluk dat hem al iets van twaalf jaar geleden overkomen is. Ook ditmaal is er weinig vooruitgang maar hij heeft nog steeds goede moed. Inmiddels beginnen we wel erg veel last te krijgen van zandvlooien en als ik de volgende dag ga tellen bij mezelf tel ik wel tweehonderd beten om mijn benen. En dat jeukt echt verschrikkelijk. We vluchten de volgende morgen dan ook werkelijk weg en rijden naar Diani om bij een apotheek iets te halen. Ik krijg tabletten en zalf en dat helpt gelukkig erg goed. Jacobine en de kinderen hebben maar een paar beten en hebben genoeg aan een beetje zalf. In Diani halen we ook geld met ons makkelijke plastic kaartje en doen inkopen bij een supermarktje. Diani is normaal een van de meest toeristische badplaatsen van heel Afrika maar nu erg leeg en saai. Een paar straten met de meest luxe lodges aan het strand, restaurantjes, banken, cafés, winkelcentra, souvernirshops maar... geen toeristen! Het lijkt bijna onmogelijk voor Kofi Annan om de zittende president Kibaki en Raila Odinga, die eigenlijk gewonnen heeft, tot een akkoord te brengen. Vanwege de onlusten zijn er al duizend doden gevallen, honderduizenden mensen uit hun huizen geknuppeld en is er een negatief reisadvies voor Kenia. De toeristen blijven voorlopig weg. We spreken even snel een Nederlandse hoteleigenaar en ze verwachten eigenlijk dat pas in oktober/november de boekingen weer normaal zullen worden.
Vlak bij Diani vinden we aan Tiwi Beach een andere bekende overlanders-plek, de Twiga Campsite. Ook hier helemaal geen andere gasten, hooguit een paar buitenlandse vrijwilligers na die hier een beetje schuilen voor het geweld. Het maakt ons niet zo veel uit, wij vermaken ons wel. Al snel komen er wat verkopertjes op fietsen langs met fruit en groentes. We kopen wat bij hun en bestellen we bij één van de jongens een grote vis. De vis wordt dit keer voor ons gefileerd, we kunnen er gemakkelijk twee dagen van eten. Die andere helft stoppen we in de vriezer. De volgende dag doen we net zo iets met een grote zak met garnalen! Rond een uur of zes 's avonds is er een klein beetje opwinding aan de bar. Er staan tientallen mensen naar een Tv-schermpje te kijken. Wat blijkt: dankzij Kofi Anan hebben de politieke rivalen eindelijk een akkoord getekend. Blijdschap en opluchting bij iedereen. Het is overigens een publiek geheim dat het vooral een strijd was dat Kibaki eigenlijk niet meer zo nodig hoeft maar op de achtergrond, naar Afrikaanse traditie, afhankelijk is van zijn vrouw die de touwtjes echt in handen heeft.

klik hier

klik hier
 
Bij Tiwi beach kun je eigenlijk alleen met hoog water echt zwemmen. Met laag water zijn er een paar heerlijke poelen waar de vissen zich verzamelen en het water bijna te heet wordt overdag. Kortom, voor de kinderen en voor ons een ideaal plekje om gepast afscheid te nemen van de Indische oceaan. Na twee dagen verlaten we Tiwi en rijden naar Mombasa, dat helemaal vol lijkt te staan met zeecontainers. De aanvoer is gewoon doorgegaan en nu staat alles te wachten om eindelijk vervoerd te worden naar het binnenland, maar ook bijvoorbeeld naar Oeganda, Rwanda, Congo en Zuid-Soedan. Nu er een akkoord is begint het transport weer razendsnel op gang te komen en het is dan ook een lange file van vrachtwagens de stad uit. De weg klimt na de stad snel omhoog naar de hoogvlaktes. De meeste vrachtwagens zijn zwaar beladen en rijden tergend langzaam. Wij kunnen weliswaar veel sneller maar het blijft heel lastig om vrachtwagens in te halen in een linksrijdend land. Tegen het eind van de middag bereiken we de ingang van het Tsavo East National Park. Precies nog op tijd voor een safari van anderhalf uur. In Kenia moet je tegenwoordig voor de parken een soort chipknip gebruiken die je van te voren moet opladen met contante Amerikaanse dollars. Afijn, weer een hoop geregel en kostbare cash dollars, maar als we eenmaal het park binnen rijden zitten we meteen in het mooiste deel van het park. We zien volop rode (! vanwege de rode kleigrond hier) olifanten, en normaal gekleurde buffels, zebra's, giraffen, etc. In Ndolo parkeren we bij een soort open plek wat de publieke camping moet voorstellen, te herkennen aan een klein douchegebouwtje. Ook hier zijn we weer de enige gasten. Terwijl de zon langzaam onder gaat en wij een vuurtje bouwen zien we op korte afstand waterbucks, gazellen en olifanten passeren. In een grote boom naast onze auto maakt een groep van ruim vijftig bavianen zich klaar voor de nacht. Er is geen hek, geen bewaking en wij vinden het eigenlijk wel prima zo.

klik hier

klik hier
 
Als de zon net op is vertrekken we, maar we horen een raar geluid. Wat blijkt: van het linkerachterwiel zijn een paar wielmoeren een beetje losgedraaid. Gelukkig kunnen ze nog aangedraaid worden en kunnen we snel verder rijden. We volgen de Voi-rivier verder naar het westen. We zien niet zo heel veel dieren maar wel heel veel verschillende vogels. Bij de Arubadam stoppen we langs de waterkant voor ons ontbijt. Aan de overkant van de waterplas komen net een paar enorme kuddes buffels aan. Met zijn honderden stormen ze op het water af voor een bad en een flinke slok. Vanaf de dam rijden we noordwaarts naar de Galana rivier. Het landschap is droog en we zien alleen wat gazellen en een enorme varaan. Eenmaal in de buurt van de Galana wordt het landschap weer wat groener en zien we meer wild. Ditmaal is het Janne die ze voor het eerst ziet: leeuwen! Ze liggen voor apegapen in de schaduw van een struikje langs een klein beekje. Het zijn maar ongelofelijk luie, arrogante katten. Het bijzondere overigens van de leeuwen hier is dat de mannetjes geen manen hebben. Ook staan ze er om bekend van mensenvlees te houden... Twee leeuwen hebben honderd jaar geleden bij de bouw van de spoorlijn in een jaar tijd honderdvijftig spoorwerkers opgepeuzeld. Verderop langs de Galana rivier zien we weer olifanten, nijlpaarden, krokodillen etc. We lunchen pal naast de rivier terwijl we bespied worden door een stuk of zes nijlpaarden die een paar meter verderop in het water liggen.

klik hier

klik hier

klik hier
 
Halverwege de middag verlaten we Tsavo East en steken de Nairobi-Mombassa weg over naar het Tsavo West park. Dit park is landschappelijk misschien wat fraaier maar is ook wat dichter begroeid en we zien daardoor lang niet zoveel dieren. Binnen het park is een stuk van zeventig vierkante kilometer extra zwaar omheind omdat ze hier proberen de neushoornpopulatie van Kenia weer een beetje op een gezond peil te brengen. Ze zeggen dat het goed gaat, er zouden er inmiddels ruim zestig zwarte neushoorns moeten zitten. We moeten het maar geloven want na anderhalf uur rondrijden hebben we er nog steeds geen één gezien.
We moeten nog stevig doorrijden om voor het donker de enige openbare camping van het park, bij de Chyulu-gate te bereiken. Ook hier zijn we weer de enige gasten en in de beide parken zijn we de hele dag alles bij elkaar hooguit vijf andere auto's tegengekomen. De camping stelt weer helemaal niets meer voor maar het is wel lekker rustig. Na een heerlijk maaltje macaroni gaan we lekker slapen. De dakluiken moeten na een tijdje dicht omdat het begint te regenen.
De volgende ochtend schijnt het zonnetje weer. Via een vulkanisch landschap met mooie vergezichten rijden we naar de Mzima Springs. Iets van driehonderd miljoen liter water stroomt hier per dag uit een gat in de berg, een aardig bronnetje dus. Bij de bron mag je rondlopen, leuk maar ook wel een beetje spannend. Behalve vriendelijke vervet- en colobus-aaapjes zien we ook bavianen rondlopen en op enkele meters afstand krokodillen en nijlpaarden in het water. Toch is het verreweg het mooiste plekje van het hele park en we blijven dan ook lang hangen. De kinderen vinden een soort omgekeerd aquarium het leukst. Zij kunnen droog onder water zitten terwijl omgekeerd blauwgekleurde vissen achter het glas naar hun kijken.

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier
 
Na de Mzima Spings rijden we nog een stukje zuidwaarts op zoek naar meer wild maar behalve wat dik-diks, gemsbokken, zebra's en giraffen zien we geen heel bijzondere dieren. Om twee uur zijn we terug bij de Chyulu-gate vanwaar we naar Amboseli NP gaan rijden. Het stuk weg schijnt gevaarlijk te zijn en dus krijgen we verplicht, maar wel gratis, een vent mee met een AK47. Over de ongeveer honderd kilometer, af en toe slechte wegen, doen we iets van twee uur. Behalve een paar Masai met wat vee zien we niet veel. Gevaarlijk zag het er in ieder geval niet uit. We brengen onze bewaker naar de Ol Tukai lodge en gaan daarna zelf nog even een korte gamedrive doen tot na zonsondergang. Amboseli is weer een heel ander park dan Tsavo. Er zijn veel meer open savanne-vlaktes, afgewisseld met stukken moeras en een brede waterstroom er doorheen. Het bekendst is Amboseli natuurlijk vanwege het uitzicht over de Kilimanjaro. De top is in deze tijd van het jaar meestal in wolken gehuld en alleen 's morgens vroeg zien we de besneeuwde top even om daarna in de wolken te verdwijnen. We zien voor het eerst weer gnoes en ook veel olifanten en hyena's.

klik hier

klik hier

klik hier
 
De camping bij de Kimana gate stelt helemaal niets voor maar ja, wij hebben ook niet meer nodig dan een parkeerplaatsje. Als we wakker worden is de zon nog niet op. Snel steken we onze hoofden naar buiten door de dakluiken, en jawel hoor, daar is hij, de Kilimanjaro. Er ligt behoorlijk wat sneeuw op, waarschijnlijk in de afgelopen weken gevallen.

klik hier
 
Snel kleden we ons aan en rijden het park in. We hebben geluk, na een half uurtje steekt vlak voor ons een grote mannetjes leeuw (met manen!) de weg over. Cheeta's en luipaarden hebben we helaas niet gezien. Midden in een stuk moeras parkeren we de auto langs de weg en gaan lekker koffie drinken en ontbijten. Vlak naast ons zien we buffels, olifanten, nijlpaarden, hyena's en heel veel soorten vogels. Echt een prachtig plekje. We vinden Amboseli allemaal erg leuk. Lekker klein, overzichtelijk en heel veel dieren te zien. En we hebben natuurlijk het enorme voordeel dat er momenteel helemaal geen toeristen zijn. We komen alleen een paar privéauto's van Kenianen tegen.

klik hier

klik hier

klik hier
 
Via wat kleine offroad paadjes rijden we langs de Sinet-rivier naar het Amboseli-meer. Onderweg zien we weer heel veel dieren en vogels. In de droge tijd staat het Amboseli-meer leeg en we kunnen met een lekker vaartje over de bodem van het meer naar de overkant scheuren. Daar aangekomen verlaten we het park en komen terecht op een dramatisch slechte weg naar Namanga. De enige manier om er behoorlijk over te rijden is volgas, minimaal zestig kilometer per uur. Maar heuvel op haalt Kasa dat niet en zit er niets anders op dan meen vaartje van tien kilometer naar boven te sukkelen. We zijn blij als we op de hoofdweg naar Nairobi aankomen. Niet dat dat nou zo'n geweldige weg is maar we kunnen tenminste weer met elkaar praten. We dachten op tijd aan te komen in Nairobi maar de avondspits is hier echt verschrikkelijk. De weg naar de stad ligt open vanwege de aanleg van een nieuwe hoofdweg en er zijn domweg veel te veel auto's We staan vijftien kilometer in de file en doen daar ruim twee uur over. We dachten eigenlijk dat we daar een jaartje van af waren maar hierbij vergeleken is het fileprobleem in Nederland een lachertje. Aan de andere kant is het ook wel weer veel gezelliger. Je verveelt je geen moment. Voortdurend proberen mensen je van alles te verkopen en een praatje met ons te maken. Ondertussen moet je oppassen dat de matatu's (kleine personenbusjes) je niet links en rechts proberen in te halen. Stoepen, greppels, parken, winkelterreinen, benzinestations, werkelijk alles wordt gebruikt als sluiproute. We maken grapjes met deze mannen en gaan na een tijdje hetzelfde doen. Het is al bijna acht uur als we aankomen bij de Jungle Junction, dé overlanders-pleisterplaats van Nairobi. Ook voor Chris, de Duitse eigenaar, is het een erg rustige tijd. Behalve wij zijn er nog twee auto's en één motorrijder.
We praten 's avonds met Reg en Natasha, een Nederlands stel dat net aangekomen is uit Ethiopië. Het is leuk weer Nederlands te praten met personen boven de elf jaar oud en uiteraard om wat informatie uit te wisselen. Het is al in de kleine uurtjes als we eindelijk op bed liggen.
De volgende ochtend, een beetje brak, willen we naar de Ethiopische ambassade om het visum al vast te regelen. Het is gezellig bij Jungle Junction en het lukt niet echt om weg te komen. Het is al na elven als we afscheid nemen van Reg en Natasha, zij vertrekken ook vandaag. We moeten flink haasten door het drukke verkeer om voor twaalven bij de ambassade te zijn. Die kunnen we natuurlijk niet zo snel vinden maar op een gegeven moment zie ik een bordje met iets van 'Ethiopia residence' er op. Ik kan het niet goed lezen, stop, kijk in mijn spiegels en rij een meter achteruit. Krgdrsf-krak. Tuut-tuut. Zit er een vrij nieuwe Toyota Corolla onder onze stootbalk, die we echt niet gezien hebben, en dus vlak achter ons gestaan moet hebben. Shit. Wij hadden het niet eens gemerkt! Terwijl ik met de inzittenden van de Toyota overleg over een oplossing vindt Jacobine uit dat de ambassade aan de ander kant van het gebouw is, in een andere straat. Zij gaat vast met de paspoorten en pasfoto's die kant op. Binnen vijf minuten ben ik er uit met de eigenaar van de auto. Tweehonderd dollar betaal ik hem. In Nederland zou het waarschijnlijk iets van tweeduizend euro schade zijn geweest. Hier doen ze een beetje uitdeuken, misschien wat plamuren en verven, lampjes rechthangen, klaar. Ik ga toch die achteruitrij-camera maar weer eens repareren. Ik rij met de kinderen het straatje om en mag gelukkig de ambassade ook nog in. De mensen zijn heel erg vriendelijk en excuseren zich voortdurend voor het ongelukje. We vullen de papieren in, over twee uurtjes kunnen we de visa ophalen...
Als we onze paspoorten weer hebben rijden we door naar het Karen Blixen Museum, een kilometer of vijftien buiten het centrum van Nairobi. Karen Blixen, de schrijfster van het bekende boek 'Out of Africa' heeft hier voor de tweede wereldoorlog gewoond en haar huis is nu een museum geworden. Het interieur is voor een deel authentiek maar ook deels gevuld met, overigens echte oude meubels en spulletjes die gebruikt zijn voor de film. We worden, verassend, rondgeleid door een Nederlandse dame, wat natuurlijk erg leuk is voor de kinderen. Na de rondleiding blijven we nog even kletsen met Annemieke. Ze wil natuurlijk graag de auto even zien en nodigt ons uit om bij haar te komen logeren. We spreken af om de volgende middag bij haar langs te komen. Hebben wij de tijd om een beetje bij te komen van gisteren, de auto te smeren, een remcilinder te vervangen, boodschappen en nog een dagje school te doen.

klik hier

klik hier
 
We nemen de volgende middag afscheid van Chris en rijden naar Annemieke. Ze woont met haar man Tom, een 'flying doctor' van AMREV, in een werkelijk prachtig huis op een nog mooier stuk grond, niet ver van het karen Blixen Museum. Wat meteen op valt is de kleur paars. Annemieke is gek op deze kleur, draagt meestal kleren in die kleur en ook haar huis en alles wat er in staat heeft wel iets met die kleur. Haar auto heeft paarse velgen. We parkeren Kasa ergens in de enorme tuin en gaan lekker borrelen en eten. Wat een gastvrije mensen! Ze wonen al bijna veertig jaar in Afrika en hebben dus wel wat te vertellen.
We blijven ook de volgende dag bij Tom en Annemieke staan. De kinderen doen weer wat school, de was wordt gedaan en 's middags gaan Annemieke en Janne samen handwerken. Ze maken een compleet setje kleren voor één van Janne haar poppen. En de kleur?, Uiteraard... .die. Wij gaan met de jongens naar een nabijgelegen grote Nakumatt supermarkt om inkopen te doen, geld te halen en te tanken.
Janne wil hier nog wel een week blijven maar we willen ook nog naar Oeganda dus vertrekken we de volgende ochtend. Via een klein weggetje en door een enorme sloppenwijk rijden we binnendoor naar de hoofdweg naar Naivasha zodat we niet weer door het centrum hoeven. Na een uurtje of twee rijden stoppen we bij een prachtig uitkijkpunt over de Riftvallei. Er staan tientallen souvenirverkopers maar ook hier weer geen enkele toerist. Als we afgedaald zijn naar Naivasha zien we de eerste sporen van het geweld dat uitgebroken is na de verkiezingen van 27 december. Vlak voor Naivasha zien we een enorm tentenkamp van het rode kruis waar dakloze mensen worden opgevangen. IDP's noemen ze die mensen hier, Internal Displaced Persons. De weg is in redelijke staat tot Nakuru maar wordt daarna steeds slechter en slechter. Een Chinese aannemer is hier met Europees ontwikkelingsgeld een nieuwe weg aan het aanleggen maar het zal nog wel minimaal een jaartje duren voordat die klaar is. Ook zien we steeds meer afgebrande winkels, auto's en huizen. Allemaal ten gevolge van de onlusten. Bij de afslag naar Kericho is een dorpje geheel verwoest, geplunderd en platgebrand, alsof er een enorme bom is ontploft. Alleen het Total benzinestation staat er nog, gek genoeg. Je kunt je bijna niet voorstellen wat voor ellende zich hier maar een paar weken geleden heeft afgespeeld. De mensen zijn er voor een deel ook nog. Ondanks al hun ellende zijn ze overal blij ons, toeristen, weer te zien. We worden nageroepen met zinnen als 'Hey, you 're back!'. We krijgen veel duimen, zwaaiende mensen en andere verbale en non-verbale complimenten. Alsof wij hun redding zijn. Het is in ieder geval voor hen weer een signaal dat het weer de goede kant op gaat. We nemen geen foto's van deze ellende, dat vinden we te g'nant, wij zijn tenslotte geen journalisten.

klik hier
 
Na een tijdje zijn we deze hoofdweg vol met vrachtwagens zo zat dat we weg afgaan en een klein weggetje inslaan om via Nyaru naar Eldoret te rijden. Het eerste stuk gaat goed, we zijn optimistisch. We passeren onderweg nog de evenaar en reizen sinds Gabon voor het eerst weer op het noordelijke halfrond. Stijn is wederom teleurgesteld dat de evenaar niet zichtbaar is als een soort streep op de aarde. Na een tijdje wordt de weg weer vreselijk slecht en met een slakkegang kruipen we door enorme potholes heuvel op heuvel af steeds hoger. Eldoret gaan we nooit halen vandaag. Een probleem is hier ook dat het landschap heel dichtbevolkt is. Het is onmogelijk om een rustig slaapplekje te vinden en bovendien weten we niet wie hier wie heeft verjaagd, met machetes bewerkt en dat soort dingen. Vlak voordat het donker wordt vinden we vlak bij de spoorlijn een redelijk rustig plekje. Als we stil staan komen er uiteraard nieuwsgierige kinderen en mannen op ons af. Het blijken hele vriendelijke rustige mensen te zijn, straat en straatarm, ongeschoold en nauwelijks Engels sprekend. Ze hebben in dit dorp geen problemen gehad maar verderop hebben ze wel geknokt. Blijkbaar wonen hier geen Kikuyu's. We delen wat sigaretten en dergelijke uit en als het donker is vertrekt iedereen zijns weegs. Wij trekken ons terug in onze vesting op wielen en gaan eten en slapen. Het zou (voorlopig?) ons hoogste bushcamp, 2454 meter hoog, worden en daarmee ook één van de koudste.
De volgende dag is het zondag en iedereen in het dorp maakt zich op om naar één van de kerkjes te gaan. Wij knijpen er tussen uit en hobbelen verder. Een kilometer of twintig voor Eldoret wordt de weg gelukkig beter en kunnen we eindelijk een beetje opschieten. Aan Eldoret is nauwelijks te zien dat hier ook zoveel doden zijn gevallen en mensen zijn verjaagd. Iedereen lijkt weer helemaal terug naar oude leventjes zijn gekeerd. Dat is waarschijnlijk maar schijn maar Afrikanen zijn meesters in het omgaan met crisissen en ellende. De mensen hebben keurige kleren aan, wandelen door de straten en komen uit de kerken alsof er niets gebeurd is.
De weg van Eldoret naar de grens valt gelukkig ook wel mee en om een uur of twee zijn we bij de grens. Hier hebben we weer een leuk grensverhaaltje. Zoals gezegd hadden we maar wegenbelasting betaald tot Mombasa. De slimme tol-meneer zag dat natuurlijk op ons reçu en wil dat we veertig dollar bijbetalen. Daar lijken we dus niet onderuit te komen en in een discussie over toerisme, privé-vrachtwagen, klotewegen die met Europees geld hersteld worden, heb ik geen zin. Verder moeten we tweehonderd shilling (ongeveer twee euro) betalen omdat het vandaag zondag is. De man schrijft twee bonnetjes uit, stempelt ons carnet af en vertelt mij waar ik moet betalen. De fout die hij maakt, wat ze normaal niet doen in dit soort gevallen, is dat hij mij het carnet meegeeft. Bij het volgende loket betaal ik de twee euro, laat het andere bonnetje niet zien, en loop terug naar de auto. Is het proberen waard, niet? Een paar van die gluiperds van geldwisselaars, die je bij elke grens hebt, hebben echter gezien dat ik die ene rekening niet betaald heb en willen smeergeld om niets te zeggen. Ik negeer ze, start de auto en rij naar het laatste hek voor de grens. Komen die idioten met ons mee en gaan die laatste poortwachter alles vertellen! Die man heeft het gelukkig te druk met andere zaken. Jacobine stapt uit en vertelt dat we lastig gevallen worden door die lui en hij laat ze weg sturen. Jacobine laat die ene bon van twee euro nogmaals afstempelen, de man groet ons vriendelijk en we rijden het land uit. Als we terug komen, dat zal wel moeten om naar Ethiopië te kunnen, moeten we misschien maar een andere grensovergang nemen.
 
printversie

top