afri - kasa - fari
  team start afrika
2006-2008
foto's
2009-2010
afrika
2011-2012
email gastenboek links

het meest recente verslag staat onderaan

verslag 01
24 oktober 2011

europa


verslag 02
24 oktober 2011

egypte


verslag 03
24 november 2011

soedan I


verslag 04
22 december 2011

ethiopië I


verslag 05
26 december 2011

kenia I


verslag 06
31 januari 2012

kenia II


verslag 07
01 februari 2012

tanzania


verslag 08
05 maart 2012

mozambique


verslag 09
20 maart 2012

zimbabwe


verslag 10
24 april 2012

zuid afrika (en stukje botswana)


verslag 11
22 mei 2012

botswana


verslag 12
22 mei 2012

namibië


verslag 13
22 mei 2012

zambia


verslag 14
31 mei 2012

tanzania


verslag 15
09 juni 2012

burundi


verslag 16
07 juli 2012

rwanda


verslag 17
10 juli 2012

oeganda


verslag 18
10 juli 2012

kenia III


verslag 19
14 juli 2012

ethiopië II


verslag 20
07 oktober 2012

soedan II


verslag 21
20 mei 2013

Egypte II


verslag 22
16 oktober 2013

Turkije tot en met thuis


top

ethiopië


verslag 04

04 november tot 30 november 2011

klik hier
 
Laat ik dit verslag beginnen met de opmerking dat ik van de tocht door Ethiopië gemakkelijk een heel boek zou kunnen schrijven. Behalve dat het één van de meest fascinerende landen van de wereld is waar je ongelofelijk veel verschillende soorten mensen tegenkomt is het ook een land dat veel van je vraagt, en zoals later zou blijken ook veel vraagt van Kasa. Voor een heel boek heb ik nu even geen tijd (misschien ooit nog) dus wordt het het gebruikelijke ingedikte verslag.
 
Over de grens is het ook nog zeker twee uur tobben om de paspoorten en het carnet gestempeld te krijgen. Vooral de immigratie is hier erg omslachtig en traag. Behalve dat het paspoort ingescand moet worden en alle gegevens ingetypt moeten worden moeten alle vingers ingescand worden en worden met een webcam pasfoto's gemaakt. En dat met een Windows 98 computer of iets dergelijks en iemand die net met twee vingers kan typen. Het moet toch niet gekker worden in Afrika! Omdat er net een groepje UN-ers met gezinnen voor ons is en er en maar één iemand is die Engels spreekt duurt het eindeloos. Als we eindelijk na een vluchtige inspectie van de auto door de slagboom mogen is het al bijna donker. Het grensplaatsje Metema is wat je noemt het Sodom en Gomorrah voor de Soedanezen. Alles wat Allah verboden heeft is hier in dit Christelijke land volop aanwezig. Café's, popmuziek, drank en bordelen. Er zijn opvallend veel dronken Soedanezen hier op straat. En ook wij willen natuurlijk best een paar flessen bier kopen na het drooggelegde islamitische Soedan. (Niet dat wij echt geleden hebben, er was altijd wel een kleine voorraad ergens beschikbaar) Er is een enorm tekort aan bierflesjes in Ethiopië waardoor het vrijwel onmogelijk is biertjes in een barretje te kopen om mee te mogen nemen. Zonder flessen kunnen zij op hun beurt namelijk ook weer geen nieuwe kopen. Als ik één van de donkere barretjes inloop kom ik stomtoevallig John ( www.daretoride.co.uk ) en Calvin ( www.calvinrideshome.com ) tegen. Zij zijn hier gisteren al aangekomen en hebben zich na twee weken fietsen door de Soedanese hitte laten vollopen en zijn nu een dag later de kater aan het wegdrinken. We praten even kort met elkaar en zullen elkaar ongetwijfeld nog vaker zien. Bij een ander barretje lukt het me om vijf flesjes te kopen en nog net voordat het echt pikkedonker is rijden we Metama uit op zoek naar een plekje voor de nacht. We hebben geluk en vinden op een stukje oude weg een prima bushcamp. Snel wat eten klaarmaken, lekker een koud biertje drinken en daarna tussen de hier passerende ossenkarren een heerlijke buitendouche naast ons plateau. Het is hier weliswaar wat hoger gelegen maar het heeft hier niet lang geleden nog geregend waardoor de omgeving groen en dampig is en vol grote en vervelende insecten. Dat is wel weer even wennen met slapen na het heerlijke droge woestijnklimaat.
 
De volgende dag zijn we net een paar kilometer onderweg als we John en Calvin tegenkomen. John waren we in Cairo al tegengekomen bij de Soedanese ambassade. Zijn Soedanese visumaanvraag duurde ruim drie weken, dat van ons één dag! John is een Schotse barman, per fiets op weg naar Isiolo in Kenia waar hij al jaren een project steunt. Calvin is een Zuid Afrikaan die na een jaar of tien Europa terugfietst naar zijn vaderland. We spreken iets verder op af waar we koffie zetten voor de jongens. Na een tweede bakkie stappen zij weer op de fiets en starten wij de motor. Vanaf hier gaat de weg nog verder omhoog en wordt het zelfs frisjes. Al snel zitten we op een hoogte van ruim 2000 meter en genieten van het uitzicht. Ethiopië is echt een land van bergen, vruchtbare valleien, rivieren, meren. Geheel tegenovergesteld van wat mensen in de rest van de wereld vaak denken.

klik hier

klik hier

klik hier
 
Vlak voor Aykel nemen we de afslag richting Gorgora, gelegen aan het Tana-meer. Achteraf blijkt dit weliswaar wel de kortste weg te zijn maar ook heel smal en heel erg traag omdat de weg voor een deel volledig verdwenen is maar ook omdat we ons door een paar dorpjes moeten worstelen waar net de wekelijkse markt bezig is. Maar de route is wel erg mooi en wat ons vooral opvalt ten opzichte van de vorige keer dat we Ethiopië bezochten is hoe vruchtbaar en groen het is. Toen waren we er aan het eind van de droge tijd, nu zijn we er in de zomer en staan alle velden vol gewassen en zijn overal groene grasvelden vol met bloemen. Het is oogsttijd, het vee ziet er goed uit, het weer is goed en de mensen zijn allemaal vrolijk lijkt het. Iedereen groet en zwaait vriendelijk. Natuurlijk zijn er nog steeds van die irritante jongetjes die je toe schreeuwen 'farangi' (buitenlander) of 'youyouyou'en bedelen om pennen, geld en kleding maar zij vormen gelukkig een kleine minderheid.
 
Na enkele uren hobbelen komen opeens Kosta en Katrijn ( www.cruisingtosouthafrica.blogspot.com ) ons achterop rijden die we sinds Dongola, Soedan niet meer gezien hebben. Ook zij zijn op weg naar Gorgora en hebben dezelfde route genomen. Lang leve de Garmin en Tracks4Africa die wel veel wegen kent maar meestal geen enkele informatie geeft over de staat van de wegen. Het laatste deel van de route is gelukkig wat beter en we dalen af naar het Tana-meer dat op zo'n 1800 meter hoogte ligt. Het meer is enorm groot, circa 80 bij 80 kilometer waardoor je toch wel afvraagt hoe er in hemelsnaam een watertekort bestaat in dit land, maar goed. Net voor zonsondergang komen we aan bij de campsite van een Nederlands stel Tim en Kim ( www.timkimvillage.com ).
 
klik hier

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier
 
We hadden via diverse vrienden van ons al veel goede verhalen over deze campsite gehoord en nu wilden we er zelf toch ook heen. Toen we hier ruim drie jaar geleden langskwamen waren ze net begonnen en was er eigenlijk nog niets. Nou, als je ziet wat ze hier in drie jaar tijd hebben neergezet, petje af! Het gekke is dat we er ons meteen thuis voelen en het net is alsof we ze al jaren kennen. Het is leuk om weer met Kosta en Katrijn bij te praten over de laatste week en ook leuk om weer nieuwe mensen te ontmoeten. Er staat nog een andere Nederlandse truck, ook een bekende in de reizigerswereld op het internet. Het is Casper die met zijn MAN truck al iets van zes jaar over de wereld aan het zwerven is ( www.ctjansen.nl ) en nu zo'n beetje op weg is naar huis (als we hem mogen geloven).
 
De volgende dagen vliegen voorbij terwijl we genieten van het heerlijke plekje, het heerlijke eten en de vele leuke mensen die we ontmoeten. We doen veel aan school, doen de was, maken de auto schoon en plakken onze eerste band die blijkbaar op de weg hierheen is lekgeraakt. Het is een prachtig plekje aan het meer met ongelofelijk veel verschillende vogels. Na het ontbijt met bruine (!) broodjes is het meestal schooltijd gedurende een uurtje of vier, vijf. Best zwaar maar ook nodig om bij te blijven. De kinderen zijn helemaal gek op de puppies die er rondlopen en zodra ze de kans krijgen piepen ze er tussen uit om met de puppies te gaan spelen. Aan het eind van de middag nemen we meestal een duik in het meer en gaan daarna douchen onder de emmer en dan wat drinken in het barretje. Ook Jochen, Dorothee, Finn en Peer ( www.kontinentenkriecher.de ) komen opdagen wat natuurlijk vooral voor de kinderen ontzettend leuk is. Elke avond wordt er gepest, Monopoly of Risk gespeeld of een filmpje gekeken op de laptop. Ook voor Tim en Kim is het druk en ook wel een opluchting dat er weer wat overlanders-verkeer op gang lijkt te komen. We laten ons een paar avonden verrassen door Kim's uitstekende kookkunsten en na de nodige gezellige sterke verhalen gevoed door enkele alcoholische versnaperingen is het altijd weer goed slapen. De laatste avond wordt er speciaal voor ons een geitje geslacht wat op Stijn, die er met zijn neus boven op stond, toch wel een diepe indruk maakt.
 
Na zes dagen wordt het dan toch echt tijd om te vertrekken. Het afscheid nemen valt niet mee maar we willen en moeten weer verder. Wie weet als we volgend jaar eventueel terugrijden komen we hier weer langs. Vanaf Gorgora rijden we een stukje maar het noorden naar Gonder waar we geld willen halen en boodschappen willen doen. De oude paleizen in Gonder hebben we de vorige reis al bekeken maar we bezoeken wel nog een keer de Debre Berhan Selassie kerk omdat Bien die de vorige keer niet gezien had. Het is zeg maar de Sixtijnse kapel van de Ethiopische kerk, het meesterstuk van muur en plafondschilderingen. Behalve de beroemde 104 mysterieuze engelen op het plafond zijn er de vele wat Jeroen Bosch aandoende schilderingen met duivels en alle verschrikkingen van de hel.

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier
 
In het stadje parkeren we de auto bij het voor ons bekende hotel Terara wat drie jaar geleden wat sanitair betreft al een drama was maar dat nu echt op het punt van instorten staat. En dat terwijl het één van de mooiste hotels zou kunnen zijn van Ethiopië. Je ziet dat het ooit een prachtig hotel is geweest met ruime kamers en mooie badkamers, eetzalen, een grote keuken, een zwembad en een groot terras dat ooit over de paleizen heeft moeten uitkijken maar nu volledig dichtgegroeid is met bomen en struikgewas. In de lobby hangt een prachtige oude kaart van het Tana-meer met de diverse ferry-verbindingen die ooit bestaan hebben.
 
De volgende dag doen we nog wat laatste inkopen, checken de mail bij een coffeeshop met draadloos internet (heerlijke fruitsappen hebben ze hier) en vertrekken dan richting Debark dat aan de voet van het Simien-gebergte ligt. Het moet ooit een asfaltweg worden maar door de erbarmelijke staat van de weg en de vele omleidingen die we vanwege de aanleg moeten rijden doen we er de hele dag over om ongeveer 100 kilometer te overbruggen. Het is niet meer de moeite om nu nog het nationaal park in te rijden en omdat je tegenwoordig per dag moet betalen spreken we met één van de gidsen af om de volgende ochtend het park in te gaan rijden. We parkeren Kasa bij de enige 'camping' die het dorp rijk is, het Red Fox Hotel. Eigenlijk niet meer dan een barretje en een stukje gras er voor. Het is ook erg koud en vroeg donker en we besluiten uit eten te gaan in het Simien Park Hotel.

klik hier

klik hier
 
De volgende ochtend staan Sammy en Brahim om half acht bij ons hotel klaar om ons door het Simien National Park te loodsen. Brahim is de oudere van de twee en degene die verplicht meemoet. Gabriel is een soort extra mannetje dat zogenaamd beter Engels zou spreken en meer zou kunnen vertellen over het park en de dieren. Uiteindelijk zou het omgekeerde waar blijken te zijn maar we hebben wel een fantastische dag met zijn allen. De weg in het park is gelukkig een stuk beter dan de wegen er buiten en we klimmen het eerste uur naar ruim 3300 meter hoogte. Het weer zit erg mee, de regenwolken van de afgelopen dagen zijn verdwenen en de lucht is strakblauw. Als snel zie we eerste grote groep Gelada Bavianen, een apensoort (het zijn eigenlijk helemaal geen bavianen) die alleen maar in Ethiopië voorkomt en herkenbaar is aan de lange haren en de rode haarloze borst die zowel bij de mannetjes als de vrouwtjes functioneert als een soort sexbarometer. Hoe roder hoe heter. De apen leven in enorm grote groepen en hebben een complexe sociale samenleving waarbij de vrouwtjes bepalen wie de baas is.

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier
 
Bien is nog steeds een beetje aan het struggelen met haar knie en dus gaan Brahim, de kids en ik een wandeling maken en rijden Bien en Sammy naar een plaats in de buurt van een waterval waar ze ons op pikken. Het is een mooie wandeling met ongelofelijke vergezichten. Behalve een bushbuck zien we vele roofvogels, gieren en lammergieren. Als we weer bij Bien en Sammy zijn gaan we lunchen en lopen daarna met zijn allen naar de waterval, nou ja eigenlijk het uitzichtpunt van de waterval want de waterval zelf is aan de overkant van een diepe kloof. Het water valt hier iets van 500 meter loodrecht naar beneden, echt indrukwekkend. Het uitzicht over de diepe kloven en de steile bergen met toppen tot boven 4500m is fantastisch. De Ethiopische wolven die hier ook leven zien we helaas niet, die leven meer op de hoogvlaktes verderop. Om een uur of drie zijn we terug in Debark en besluiten meteen door te rijden naar het noorden. Via een oude Italiaanse weg met vele tientallen haarspeldbochten dalen we af van 3000 meter naar circa 1600 meter. Het wegdek is verschrikkelijk maar het is echt één van de mooiste wegen die we ooit in Afrika gereden hebben. Je hebt meer het idee ergens in de Himalaya te rijden dan in Afrika. Een nauwelijks bevolkt, woest, maar sprookjesachtig landschap, bergbeekjes, overhangende rotsen en bomen en spectaculaire vergezichten. En als toetje van de dag vinden we ook nog eens één van de mooiste plekjes voor de nacht die we ooit gevonden hebben. Een piepklein zijpaadje van de bergpas waar we net op passen, met uitzicht over de Simien Mountains, volle maan die boven de bergen opkomt, prachtig helder weer en geen mens gezien!

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier
 
De dag daarna start wat minder omdat de band die we bij Tim en Kim geplakt hadden toch weer lekgeraakt blijkt te zijn. Voor de zekerheid wisselen we de band maar en rijden verder door dit prachtige gebied. Ook deze weg wordt nu verbreed en gereed gemaakt voor asfalteren en dat betekent vaak oponthoud door allerlei tijdelijke omleidingen. Op twee punten moeten we zelfs lang wachten omdat ze met bulldozers de berg aan het wegschuiven zijn waardoor de weg tijdelijk bedolven is onder een metersdikke laag grond en stenen. Pieter en Stijn vinden het fantastisch om te zien, vooral als er enorme stenen van duizenden kilos het ravijn in denderen. Na twee dagen bereiken we Aksum dat tussen 400BC en 600AC de hoofdstad was van het Aksumitische Rijk dat zich uitstrekte van Soedan tot en met het huidige Saoedie Arabië en de handel in goud, ivoor, specerijen en slaven beheerste tussen Afrika, Azië en het Romeinse Rijk. Nu is Aksum niet veel meer dan een slaperig provinciestadje maar er zijn nog wat overblijfselen te zien uit die oude tijd waaronder de enorme en bijzondere grafzerken van de koningen. Ze doen een beetje denken aan de obelisken uit Egypte. Eigenlijk wonderbaarlijk dat hier zo'n verontwikkelde beschaving bestaan heeft waarover volgens mij niemand in Nederland ooit iets heeft geleerd in de geschiedenisboekjes. Wij vinden het in ieder geval reuze interessant (beetje Age of Empires in het echt voor de kids) en ook het museum is erg de moeite waard.

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier
 
Vanaf Aksum rijden we in twee dagen naar Tigray waar net als in Lalibela in de rotsen uitgehouwen kerken zijn. Dit deel van Ethiopië is echt heel mooi. We passeren diverse bergpassen en mooie valleien waar iedereen druk in de weer is met de oogst van tef, de lokale graansoort waarvan injera wordt gemaakt. Met een klein snoeimesje wordt de tef geoogst en met koeien wordt het graan gedorst door ze erover heen te laten lopen. Bijna alle Ethiopiërs eten eigenlijk allen maar injera, een soort pannenkoeken die zuur smaken omdat ze de tef eerst dagen laten gisten met water en dan op een houtvuur op een aardewerken plaat bakken. Niet echt onze smaak dus.
 
De Tigray kerken zijn iets van vijftig kilometer van de hoofdweg gelegen en alleen bereikbaar via kleine, smalle maar mooie wegen. De kerken zijn hier weliswaar minder groot en mooi uitgehouwen maar de plaatsen zijn veel spectaculairder en ook veel meer verspreid. Veel van de kerken en kapellen bevinden zich op vrijwel ontoegankelijke bergtoppen en sommige zijn nog altijd permanent bewoond door monniken. Het is verplicht om een gids te nemen en dat is ook wel nodig ook anders zijn ze erg moeilijk te vinden. We ontmoeten in het dorpje Megab onze gids Gabriel die ons de twee dagen mee neemt naar drie verschillende kerken. De eerste dag bezoeken we de kerk Abuna Yemata Guh en dit is meteen de spannendste beklimming. Op blote voeten moeten de laatste twintig a dertig meter via een vrijwel loodrechte wand omhoog klauteren en vervolgens twintig meter over een richel lopen van minder dan een halve meter breed maar dan wel met een steile afgrond van driehonderd meter diep eronder. En natuurlijk geen hekjes, touwen of andere hulpmiddelen. Wel zijn er gaten in de wand gemaakt waar je je voeten en handen in kunt steken. Het uitzicht is fantastisch en ook de kerk is indrukwekkend. Niet groot maar wel mooi uitgehouwen en beschilderd en dat al zo'n 1500 jaar geleden! In een nis naast de kerk worden baby's gedoopt en vlak ernaast al honderden jaren de doden opgeborgen uit het dorpje onder de berg en dit maakt natuurlijk wel indruk. De laatste lijken hebben nog wat doeken om zich heen gewikkeld maar voor de rest zijn het beenderen en schedels die je ziet.
 
klik hier

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier
 
's Avonds worden we bij de familie van Gabriel uitgenodigd voor de avondmaaltijd. We parkeren Kasa in een akker vlak bij het huis. Het is net die avond een feestelijke avond ter ere van de Maagd Maria waarbij mensen vanuit heel de omgeving naar dit dorp komen om de nacht en dag te komen bidden in de kerk. Gabriels vader is priester in één van de kerken en daarom komen er aardig wat mensen langs. Het precieze doel is ons een beetje ontgaan maar het leek ons vooral ook een sociaal gebeuren waarbij iedereen bij elkaar injera gaat eten en tej (gefermenteerde honing of iets dergelijks) en koffie gaat drinken. Ook wij mogen mee-eten en alles proeven en eerlijk gezegd smaakte het allemaal heel goed. Vooral de koffieceremonie is altijd iets bijzonders om te zien omdat de koffiebonen op een houtskoolvuurtje worden gebrand en daarna gestampt. De vrouwen doen zoals meestal in Afrika al het werk en de mannen zitten eigenlijk alleen maar tej te hijsen. Als dank geven we de zus van Gabriel een kilo suiker die daar echt heel blij mee is want suiker is op dit moment bijna niet te krijgen in heel Ethiopië. We slapen die avond heerlijk terwijl de duizenden blikken hangers die hangen aan de dakgoot van de kerk naast ons vrolijk tingelen in de wind.

klik hier

klik hier

klik hier
 
De dag daarna beklimmen we een andere berg waar we twee kerkjes bezichtigen. Wederom een prachtige wandeling en soms echt klauteren en als beloning twee heel bijzondere kerkjes, Maryam Korkor en Daniel Korkor. De eerste is verassend groot, compleet met zuilen en de gebruikelijke fresco's van alle heiligen, de apostelen, etc en de tweede is heel klein klerkje maar wel superspectaculair gelegen boven een loodrechte afgrond van 400 meter. Je moet hier echt geen hoogtevrees hebben.

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier
 
s'Middags nemen we afscheid van Gabriel en gaan weer op weg naar de doorgaande weg. Opnieuw iets van twee uur hobbelen over een kleine piste waar nauwelijks verkeer is. Eenmaal weer op de hoofdweg schiet het wat meer op en even na Mekele, als het bijna donker is, parkeren we de auto naast de weg bij een oude afgraving. Een rustig plekje waar niemand ons lastig valt. Twee jongetjes komen langs en we geven ze een paar pinda's. Als het donker is verdwijnen ze naar hun huizen vlakbij. De twee dagen erna zijn lange rijdagen maar we genieten van de omgeving. We hebben steeds geluk met het vinden van overnachtingsplekjes. De laatste stop voor Addis vinden we vlak nadat we een echte tunnel zijn gepasseerd (compleet met allerlei tunnelinstallaties zoals een paar lampen en ventilatoren!) zelfs een idyllisch plekje langs een bergbeekje. We zitten dan op 3025 meter hoogte, ongetwijfeld onze hoogste plek voor de nacht deze reis. Het is ook te merken aan de temperaturen, het is ijskoud, we slapen onder alle dekens die we bij ons hebben.

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier
 
De laatste etappen naar Addis Abeba verloopt voorspoedig omdat de weg langzaam daalt en steeds vlakker en breder wordt. Er komt ook steeds meer verkeer op de weg en dan arriveer je plotseling in een grote stad waar opeens weer normale auto's rijden en niet alleen oude vrachtwagens en afgetakelde jeeps. We rijden het centrum in en na enig zoeken vinden we vlak bij het oude treinstation het 'Wim's Holland House'. Het bestaat pas een paar jaar maar is nu al een punt waar alle overlanders langs komen en voor Nederlanders zoals wij zelfs extra bijzonder omdat er frikadellen (indien voorradig) en kroketten geserveerd worden.
 
Zodra we de auto geparkeerd hebben gaan we dus ook meteen frietje mayo en kroketten bestellen, wauw. Jochen en Dorothee zijn hier inmiddels ook al en ook Kosta en Katrijn komen één of twee dagen later opdagen. We hebben afgesproken om met zijn drieën de Omovallei-Turkana route te gaan volgen naar Kenia. De volgende dagen gebruiken we om heel wat school te doen, de voorraden aan te vullen, visa's voor Kenia te regelen en onze band opnieuw te plakken. Na een paar dagen komen ook John en Calvin aan en dan is de gang weer compleet. Samen met nog een paar karakteristieke overlanders waaronder de gepensioneerde koeieboer Peter ( www.petermaddox.blogspot.com ) uit Tasmanie die hier na vele jaren per BMW motorfiets de wereld bereisd te hebben hier zijn reis eindigt en de Zuid-Afrikaanse Tamin (XXX) die in haar eentje per Toyota Landcruiser Afrika doorreist hebben we heel wat gezellige avondjes. Met Wim zelf, de eigenaar, gaat het niet zo goed. Hij is net terug uit Nederland voor allerlei onderzoeken omdat hij steeds flauwvalt. Omdat er in Nederland niets gevonden kom worden is hij net terug in Addis maar al na een paar dagen krijgt hij weer last van toevallen. In het ziekenhuis in Addis denken ze dat er een vernauwing zit in de halsslagader en daarom gaat hij nu weer terug naar Nederland in de hoop op een operatie.

klik hier

klik hier
 
Na vijf dagen Addis, waar we eigenlijk niet zoveel van gezien hebben, vertrekken we zuidwaarts richting Kenia. We rijden niet samen met de anderen maar hebben wel afgesproken elkaar op de hoogte te houden waar we zijn. Kosta en Katrijn hadden de dag ervoor al via de sms gemeld dat ze een leuk plekje hebben gevonden bij Lake Langano, dus daar gaan wij ook heen. Addis uitrijden is een ramp vanwege de enorme drukte op de weg. Heel Ethiopië en uiteraard vooral Addis moet namelijk grotendeels via deze smalle weg richting Djibouti bevoorraad worden. Na uren file rijden komen we eindelijk bij onze afslag richting het zuiden maar als je dan denkt nu kunnen we lekker doorrijden heb je het mis.
 
Groot probleem voor ons en volgens ook voor het land zijn de enorme hoeveelheden geiten, ezels, kamelen en koeien die niet alleen het hele land kaalvreten maar ook de hoofdgebruikers zijn van het wegennetwerk. Behalve de aangelegde hoofdwegen, volgens ons bedoeld voor gemotoriseerd verkeer, fietsers en voetgangers, zijn er werkelijk geen andere wegen in Ethiopië. Dus al het vee wordt getransporteerd via de wegen met als gevolg dat de wegen hier geplaveid zijn met een vruchtbaar laagje koeiepoep. Al die werkelijk tientallen miljoenen beesten zijn er zo aan gewend over de straten te lopen dat zelfs onze tweetonige luchthoorn samen met onze sirene totaal geen indruk maken. Het enige dat je dus kunt doen is volop in de remmen en ze voorzichtig met de bumper op zij drukken. Nou zouden we er nog mee kunnen leven als ze ook daadwerkelijk iets met al die dieren zouden doen maar het merendeel wordt alleen gehouden als bezit, als status. Je zou verwachten dat je op elke hoek van de straat vlees, melk en kaas zou kunnen kopen maar dit zijn schaarse producten.
 
Bij Lake Langano blijven we twee nachtjes staan omdat het inderdaad een prachtig plekje is, enig probleem is het Amerikaanse stel dat de bungalows en de campsite runnen. Niemand kan met ze opschieten en ze behandelen hun gasten als kleine kinderen. Het is wel lekker om wat te kunnen zwemmen en ook weer een dagje school te doen. Vanaf Lake Langano rijden we een lange dag naar Arba Minch. Opnieuw een prachtige maar drukke route met voor het eerst sinds het noorden van Ethiopië weer slechte wegen. Het heeft hier de laatste dagen enorm geregend zodat we soms door diepe blubberpaden moeten rijden. De weg is hier en daar volledig weggespoeld. Dat belooft niet veel goeds voor de Omovallei!
 
klik hier

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier
 
In Arba Mich hebben onze andere scouts, Jochen en Dorothee inmiddels een prima plekje hebben gevonden vlakbij een Crocodile Farm grenzend aan het National Park aan het Abaya Meer. Via een smal modderig bospaadje waar we onderweg een nog grote groep Colobos apen en een groep bavianen zien, bereiken we een drassig recreatieveldje. Het veldje wordt er niet beter van met onze zware trucks maar niemand vindt het erg en we kunnen zowaar nog een biertje kopen. De kinderen hebben inmiddels hout verzameld en we kunnen ons lekker warmen aan een kampvuur in dit koele vochtige bos. Het terreintje grenst direct aan een moeras vol met kikkers, krokodillen en andere gezellige dieren. Als we met de zaklampen schijnen over het water zie vele oogjes van crocs terugschijnen. Volgens onze bewakers zijn het maar kleintjes van een halve meter lang en dus ongevaarlijk. Af en toe hoor je opeens een grote plons en dan is er dus weer een kikker minder in het moeras. Er lopen wrattenzwijnen vlak langs ons en iets verderop zitten nijlpaarden te brullen. De jongens die samen met één van de bewakers waren gaan kijken moesten terugrennen omdat de bewaker het te gevaarlijk vond worden. 's Nachts hoor ik een hyena blaffen vlak bij de auto. Ja, ja, we komen langzamerhand in het Afrika van de wilde dieren!
 
De ochtend er na zien we ook Kosta en Katrijn weer en nadat we wat inkopen gedaan hebben, geld gehaald hebben en alle dieseltanks gevuld hebben vertrekken we gedrieën richting Omovallei. De weg is vandaag afwisselend uitstekend en bar slecht maar wel veel beter dan drie jaar gelden toen alles nog in aanleg was. In plaats van bedelende kinderen langs de weg die je toeschreeuwen met 'youyouyou' en hun hand ophouden hebben ze hier hun tactiek gewijzigd door acrobatische dansjes uit te voeren in de hoop er geld voor te krijgen. Het is echter zo belachelijk en omdat ze het allemaal doen lijkt het me sterk dat iemand ze ooit wat geeft. Wij in ieder geval niet en we hopen dat niemand het ooit zal doen want dit is echt het slechtste wat je kunt doen. Het stenen gooien (als je niets geeft) is volgens ons in ieder geval al veel minder dan drie jaar geleden. En paar keer zien we wel een kind een steen oppakken maar gevaarlijk was het nooit. In de laatste echte stadje, Konso, kopen we op de markt nog de laatste groenten. Aardappelen, wortelen, boontjes, bananen, avocado's, mango's. Er is hier van alles te koop. We moeten op een gegeven moment nog snel opzij rennen omdat een op hol geslagen stier dwars over de markt op ons af rent. Iedereen rent we g en moet lachen natuurlijk maar niemand raakt gewond gelukkig. Na Konso stijgt de weg eerst weer over een bergrug heen en daarna dalen we een heel eind af naar een enorme brede vallei, de Lake Stephanie Pan, waar het normaal kurkdroog is maar dan nu na de vele regens een groot moeras is geworden. De Chinese asfaltweg is gelukkig in de vallei al klaar en op een soort dijkje aangelegd, dus kunnen we er makkelijk doorheen. We zien hier regelmatig de eerste mensen van de vele traditionele stammen waar dit deel van Ethiopië om bekend staat. In dit gebied wonen de Konso. Na deze vallei stijgt de weg weer en net voor de afslag naar de track naar Turmi vinden we een mooie vlakke afgraving waar we met zijn allen kunnen staan. We hebben uitzicht op een valleitje en zowel onder als boven ons zijn wolken. Af en toe regent het een beetje.

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier
 
Na een rustige ongestoorde nacht vertrekken we in de ochtendmist en mogen we genieten van de laatste meters asfalt voor de komende pak hem beet 1100 kilometer. Vanaf Key Afar is er een blubberige dirtroad die langzaam afdaalt naar de Lower Omo Valley, die bekend staan om de meest kleurrijke etnische stammen die in Afrika leven. Drie jaar geleden hebben we de bijzondere Mursi bezocht, de schotelvrouwtjes zoals de kinderen ze noemden, ditmaal rijden we het leef gebied van de Hamer en de Banna binnen. Veel mannen zijn gewapend met Kalashnikovs en/of zwaarden en zien eruit als wilde krijgers die op oorlogspad zijn. De meesten hebben met opzet gemaakte littekens en zijn opgemaakt met kralen, verf en veren. Voor de vrouwen geldt ongeveer hetzelfde en hebben hun ingevlochten haren rood gemaakt met een mengsel van oker, water en bindmiddel.
 
De weg is verschrikkelijk omdat we de meeste tijd naast de weg moeten rijden die nog in aanbouw is, zo te zien al jaren. Het pad onderaan de weg is modderig en glibberig en het lastige is dat we regelmatig schuin de hoger gelegen weg moeten oversteken waarbij de auto extreem tordeert. Dankzij de vierwielaandrijving en de goede banden slippen we gelukkig nooit. Onderweg zien we genoeg andere vrachtwagentjes die minder goed zijn en op hun kant naast de weg liggen. Voor Turmi ontmoeten we Darren, een Kiwi die al twee jaar on the road is in Afrika met zijn landrover. Hij heeft net de Turkana route gereden en verteld dat het erg nat is en dat hij een keer drie dagen heeft moeten wachten bij een rivier voordat het waterpeil voldoende gezakt was. Hij is er echter voor de rest goed doorheen gekomen. Al snel blijkt dat Darren de track heeft gevolgd van Henk Jan en Maureen ( www.metdaffieopreis.nl ) met hun DAF die wij ook goed kennen. Hij heeft samen met hen door Centraal Afrika gereisd. Hij blijkt de man te zijn die in Dar es Salam geëlektrocuteerd is door een elektrische douche, een bekend verhaal binnen de reizigersclan, lees maar eens op aubreygroves.blogspot.com/2011/04/shocking-tale.html

klik hier

klik hier

klik hier
 
Het is vandaag marktdag in deze streek dus dat hebben we goed getimed. In het dorpje Dimeka bezoeken we de markt. Even na Dimeka stoppen we omdat de voorruit aan de rechterkant uit de sponning is gesprongen. Waarschijnlijk door het extreme torderen van de cabine. We hebben dit probleem bij de vorige reis ook al eens gehad maar nu gaat de ruit er wel erg ver uit. Samen met Jochen en Dorothee lukt het de ruit weer in zijn sponning te krijgen en met een spanband fixeren we de ruit zodat dit niet meer kan gebeuren, hopen we. Na nog een paar uur hobbelen over slechte wegen bereiken we aan het eind van de middag Turmi waar we even buiten het dorp kunnen staan bij de Mango Campsite. Ook hier veel water in de rivier maar het blijft 's avonds gelukkig droog. We drinken een paar biertjes bij een kampvuurtje en gaan dan lekker slapen.

klik hier

klik hier

klik hier
 
Vanaf Turmi is het de volgende dag nog een paar uur rijden naar Omorate, een plaatsje in de buurt van de Keniase grens waar we onze paspoorten moeten uitstempelen. Opnieuw is de weg erg slecht en nat. De laatste tijd horen we bij erge hobbels steeds vaker een luid gebonk maar we kunnen niet thuisbrengen waar het vandaan komt. Het lijkt van het dak van de cabine te komen en dat er iets los zit op het imperiaal. We snappen het niet. De laatste honderden meters voor Omorate is de weg geheel onder water verdwenen. Het dorp blijkt de afgelopen nacht geheel onder water te hebben gestaan en in een groot deel staat nog steeds iets van dertig centimeter water. Het is de eerste keer op onze reizen dat we tot onze knieën door het water en blubber wadend naar het politiekantoor moeten lopen om een stempeltje te halen in het paspoort. In het dorpje wisselen we ons laatste geld in voor Keniase shillings en halen een zak vol brood bij de bakker. Dat levert weer de nodige stress op omdat we zien dat iedereen 2 Birr betaalt voor een broodje en ze ons ijskoud 5 Birr vragen. Ze houden vol dat het normaal is dat toeristen meer betalen wat inderdaad de gangbare houding is in Ethiopië. Zelfs door de staat aangemoedigd wordt want ook hotels, nationale parken en dergelijke kennen allemaal aparte tarieven voor lokalen en 'farangi'. Wij zijn het allemaal echt spuugzat (als je dit voor de honderdste keer meemaakt) en als een aantal van ons echt uit hun slof schieten en zeggen dat we alle hulp aan Ethiopië zullen gaan stoppen kunnen we uiteindelijk de broodjes voor de normale prijs krijgen. Nee, wat dat betreft is Ethiopië geen land om naar terug te verlangen, het vreet energie, keer op keer dit soort discussies.

klik hier

klik hier
 
De rest gaan injera eten in het dorp en wij rijden al vast het dorp uit om toch maar eens te gaan onderzoeken waar dat gebonk op het dak toch vandaan komt. We vermoeden dat de cabine iets doorgebogen is en dat daardoor de cabine tegen de bak komt als we door een kuil rijden. In Nederland hadden we aan de linkerkant al eens een plaatje onder de cabine geplaatst omdat we het toen ook al eens vermoedden. Aangezien we dat plaatje verloren hebben denken we dat een nieuw plaatje de oplossing is. We krikken de cabine iets op en plaatsen een houten plaatje tussen het chassis en de cabine. Het ziet er nu weer goed uit. Als de rest ook door het water is komen aanrijden en we een ander bespreken ga ik toch voor de zekerheid nog maar eens het chassis helemaal inspecteren. En dan krijg ik de schrik van mijn leven, het chassis is aan de linkerkant ter hoogte van de plaat die de bak op het chassis houdt geheel doorgescheurd!! Alleen de bovenkant van de U-balk zit nog vast! Dat verklaart natuurlijk we het bonken van de cabine tegen de bak! Shit, wat nu? Is dit einde reis? Terugkeren naar Addis is geen optie gezien de staat van de wegen plus dat we al uitgestempeld zijn en ook de route voor ons belooft weinig goeds. Enige hoop is dat we in Omorate iemand kunnen vinden die kan lassen maar dit is echt een uithoek in Ethiopie, een modderig overstroomd dorpje zonder elektriciteit in 'the middle of nowhere'.
 
Jochen en ik gaan zoveel mogelijk gewicht van de linkerkant van het chassis halen en de jongens gaan met Kosta's Landcruiser terug naar Omorate op zoek naar een lasapparaat. We legen de brandstoftank in jerrycans die we in Jochen's auto zetten en ook gaan alle waterjerrycans naar de MAN. Ik haal de brandstoftank weg en nu is de scheur echt duidelijk te zien. Kosta komt na een uurtje terug en hebben zowaar een lasser gevonden. Wat dat betreft is het vaak zo in Afrika, als je denkt dat het echt hopeloos is, is er toch altijd weer een oplossing. Net toevallig is er in het dorpje een ploeg mensen bezig een ponton in elkaar te lassen met een serieus aggregaat en een paar lasapparaten. Heel voorzichtig rijden we terug naar Omorate en moeten dwars door het onbegaanbare dorpje naar de rivier rijden, nog door een enorme modderpoel met water waar een andere truck in vastzit. Met de 4WD en de sper lukt het om er heel voorzichtig doorheen te rijden en Kasa naast het ponton in aanbouw te parkeren. Het ponton wordt hier gebouwd in opdracht van een Indiaas bedrijf dat aan de overkant een enorme katoenplantage wil beginnen en een ponton nodig heeft om tractoren en dergelijke naar de overkant te brengen. Eigenlijk zou de brug al lang klaar moeten zijn maar het project (Italiaanse aannemer) is mislukt omdat de brug bij het opschuiven op de pijlers van de tijdelijke brug is gevallen en nu als een soort lanceertoren recht overeind naast de pijlers staat. We maken kennis met een paar Indiërs die hier het project leiden en met de Ethiopische aannemer die het ponton bouwt. Stuk voor stuk prima en aardige mensen en het werk aan de auto kan meteen beginnen. Kosta en ik halen de bedrading en dergelijke uit de chassisbalk en krikken het chassis dusdanig op dat de scheur weer precies gesloten is. Ruim drie uur zijn ze bezig om een paar platen aan drie kanten op de chassisbalk te lassen en het ziet er misschien niet supernetjes uit, het lijkt wel weer goed stevig vast te zitten. De reden van het doorscheuren is waarschijnlijk dat dit niet alleen het zwaarst belaste deel van het chassis is maar ook omdat er hier wat gaten in zitten en het ook de plek is waar een metalen flap die de bak op het chassis op zijn plek moet houden het chassis ook zijwaarts belast en daardoor het staal enigszins heeft weggevreten. Hier moet dus duidelijk nog een andere oplossing voor gevonden worden, nu eerst maar eens zien of we met deze noodreparatie Nairobi kunnen halen!.

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier
 
Gedurende de gehele reparatie staan er iets van honderd mensen en kinderen rond de auto . Na de overstroming is dit toch zeker het tweede hoogtepunt van de dag in het dorp. Een groot deel van de mensen is erg vriendelijk en alleen maar nieuwsgierig maar uiteraard lopen er ook weer dronkelappen en vervelende jongens bij. De kinderen krijgen natuurlijk ook veel aandacht. Stijn vindt het allemaal wat te veel en gaat eerst in de boom zitten, maar dat helpt niet en daarna in de auto zitten. De andere kinderen houden zich prima en kletsen heel wat af met de alle andere kinderen van het dorp. Het moet voor de jongens toch wel een aparte beleving zijn al die jonge meiden om zich heen met blote borsten.

klik hier

klik hier

klik hier
 
Het is al donker als het werk klaar is. We laten de auto van de krik af, het chassis blijft heel. .. We vragen wat we moeten betalen en ze zeggen geef maar wat het je waard vond. Altijd weer een moeilijk punt natuurlijk. Uiteindelijk geef ik ze 500 Birr (ruim 20 euro) die Kosta nog had en gelukkig zijn ze er blij mee. En wij ook natuurlijk! We rijden in het donker weer terug door de grote waterplas naar een plekje een paar kilometer buiten het dorp en gaan eerst maar eens lekker eten en douchen. Na al die emoties is het wel tijd voor een biertje en een sigaretje. Wat hebben wij ontzettend veel geluk gehad dat ze hier een ponton aan het lassen waren!
 
De volgende ochtend gaan we op weg naar de 'afslag' richting Kenia, een klein modderig paadje waar eigenlijk geen vrachtwagen op past. Elke tien kilometer controleren we het chassis, het lijkt zich allemaal prima te houden. Al snel komen we bij de eerste echte rivierbedding maar het water staat gelukkig heel laag zodat we zonder al te veel moeite door heen kunnen. We passeren een paar dorpjes waar de mensen heel traditioneel leven in kleine hutjes en waar duidelijk maar heel zelden auto's langs komen. Het hele dorp stroomt uit als we passeren en iedereen zwaait. Ook hier is alles kletsnat en af en toe regent het een beetje. We vragen ons af of de mensen het droog kunnen houden in die kleine blikken hutjes.
 
Na het laatste dorpje in Ethiopië komen we bij een serieus moerasgebied waar we doorheen moeten. Bij de eerste en beste serieuze moddertrack van een paar honderd meter kom ik muurvast te zitten. Met het gerepareerde chassis durf ik er gewoon nog niet met genoeg vaart doorheen te knallen. Met zijn allen graven de wielen uit en trekt Jochen Kasa eruit. De MAN heeft drie sperren en bredere banden en kan daardoor makkelijker over de modder rijden. Ook is zijn spoorbreedte ongeveer hetzelfde als die van gewone auto's en hebben wij het nadeel dat we steeds aan een kant naast het spoor moeten rijden.

klik hier

klik hier

klik hier
 
Ook bij het volgende modderveld komen we weer vast te zitten en als het dan ook nog eens begint te regenen worden de emoties bij Bien toch wel wat te veel. Is dit nog wel leuk? Na nog een paar moddervelden laten we wat lucht uit de banden en krijg ik meer vertrouwen in de reparatie van het chassis. Met de sper in en voldoende vaart en hoog toerental komen we de volgende moddervelden heelhuids door zonder vast te zitten.

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier

klik hier
 
Zoals gezegd heeft Ethiopië veel van ons en de auto gevergd en er zit nog een heel stuk te gaan in Kenia. Toch zijn we zeker niet alleen negatief over Ethiopië dat we nu eens in de oogsttijd mee hebben mogen maken. Het is en blijft een prachtig en fascinerend land en er zijn zeker ook heel veel prachtige mensen. Maar het blijft ook een land van enorme tegenstellingen. Als je ziet hoe vruchtbaar dit land is en je ziet tegelijk dat er nog steeds voedsel moet worden gedoneerd door de UN dan kan je maar tot één conclusie komen. Er deugt niets van het beleid. Alle ontwikkelingsprojecten ten spijt, de veranderingen zullen echt van de mensen zelf moeten komen. Zonder de enorme hoeveelheden vee, met een veel lager geboortecijfer en de juiste mentaliteit van zowel de overheid als de mensen zou je in tiental jaren hier een redelijk welvarend land van kunnen maken. Natuurlijk is hier hulp bij nodig maar wel op een heel andere basis dan nu gebeurt. Maar ja, gezien de politieke situatie, de aangewende afhankelijkheid van buitenlandse steun en de belangen van al die NGO's en steunlanden zal dat wel een utopie zijn.
 
printversie

top